Blog: André de Jeu

Mijn passie voor het Olympisch Plan

adejeuDeze week: André de Jeu (46), werkzaam  bij Vereniging Sport en Gemeenten. Sinds 1 april 2008 is hij landelijk projectleider van de Impuls brede scholen, sport en cultuur namens de ministeries van OCW, VWS, en de sectoren Sport (NOC*NSF), Onderwijs (VBS) en Cultuur (de Cultuurformatie). Waterpolo is zijn grote passie. Zes jaar geleden richtte hij in Alphen aan den Rijn de eerste professionele waterpoloschool van Nederland op waar inmiddels ruim zestig kinderen twee keer per dag hun sport beoefenen in combinatie met (LOOT)school. Verder is hij voorzitter van het Jeugdsportfonds Zuid-Holland en sinds 2010 fractievoorzitter van de nieuwe lokale politieke partij Nieuw Elan in de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn.

“Als je het kind centraal zet, dan zie je het wel.”

Het onderwerp “kindparticipatie” staat met regelmaat op de agenda. Er zijn heel veel organisaties op wijk-, lokaal-, regionaal- en landelijk niveau die daar om uiteenlopende reden veel verstand van hebben. Denk maar eens aan onderwijs, welzijnorganisaties, Centrum voor Jeugd en gezin, GGD, Jeugdzorg, BSO, Maatschappelijke Opvang, Kerken en Moskees, ISV-wijkteams, huisartsen, woningbouwcorporaties, ouders en verzorgers, politie (handhaving en preventie, sportclubs, speeltuinverenigingen, en organisaties als Jantje Beton, Cruyff Foundation, Krajicek Foundation, en nog heel veel meer. Niet zo verwonderlijk dat het juist door die grote hoeveelheid van organisaties, met alle goede bedoelingen, toch eigenlijk niet oplevert wat we ervan verwachten, namelijk: Kindparticipatie, écht mee kunnen doen.

Ik zeg vaak: “als je het kind centraal zet, dan zie je wel”. Je moet niet kijken door de bril van de individuele organisaties, maar door de ogen van het kind. Wat is de situatie van het kind, dat is de kernvraag. De aanleidingen voor eerder genoemde organisaties om zich met een kind bezig te houden zijn uiterst divers: overlast in de wijk tegengaan, sociaal-economische gezondheidsverschillen verkleinen, Positieve Preventie Sport (PPS),  stimuleren van (sport)participatie en integratie, gerichte wijk aanpak (ISV), alcohol en drugsmisbruik onder jongeren tegengaan, overgewicht, of armoedebestrijding, krimp-/dorpskernenproblematiek, versterken van de sportvereniging als maatschappelijke organisatie, noem maar op.

Samenwerking tussen als dit soort organisaties wordt in principe niet of nauwelijks door (lokale) kaders of regels belemmerd, maar gebeurt dat dan ook? Kennen ze elkaar? Helaas is het antwoord heel vaak NEE.

Maar wat kenmerkt, als we naar goede voorbeelden kijken, dan een goede samenwerking? Zijn er drempels, aandachtspunten die een succesvolle samenwerking in de weg staan die we kunnen wegnemen? Laat ik eens een paar voorbeelden noemen. Sport- en wijkverenigingen zijn merendeels zelforganisaties, gebaseerd op vrijwillig kader. Mogen we van hen verwachten dat ze maatschappelijke problemen op zich nemen en zijn ze daar klaar voor? Kinderen in achterstandssituaties hebben vaak met meerdere problemen te maken (armoede, schoolverzuim, geen sportvoorziening in de buurt, etc) die in het takenpakket van verschillende organisaties vallen. Wie neemt dan het initiatief? Hoe zorg je voor structurele verankering in het lokaal beleid. Hoe voorkom je dat het wiel wordt uitgevonden, terwijl in een andere organisatie de kennis al aanwezig is?

De succesvolle voorbeelden hebben allemaal een aantal gemeenschappelijke ingrediënten. Professionals ondersteunen vrijwilligers, maar nemen niet  hun “taken” over. Er is één regievoerder, de gemeente. Zij voeren wel de regie, maar voeren niet uit. Er wordt samengewerkt tussen publiek en privaat. Er zijn duidelijke keuzen gemaakt, wat doen we wel en wat doen we niet. En niet onbelangrijk, dat weten ook alle betrokkenen. En tot slot, er bestaan lokale netwerken van alle betrokkenen. Men kent elkaar, heeft respect voor elkaars bijdrage, leert van elkaar en doet “het werk” met liefde, met passie.

Ik hoor in mijn werk heel vaak “dat doen wij ook allemaal al”. En dan stel ik steevast dezelfde vragen:  “maar ben je ook tevreden als je een foto maakt van de wijk, het gebied, je woonplaats?” Doen ook écht alle kinderen mee?”  En helaas ken ik dan ook vaak al het antwoord, ….

Als je het kind centraal zet, dan zie je het wel. Kom op, laten we ervoor zorgen dat alle kinderen ook écht kunnen meedoen.

 


Uitleg
Sportservice Zuid-Holland vraagt Zuid-Hollandse prominenten binnen het werkveld sport en bewegen om een blog te schrijven. Elke week plaatsen wij hier een nieuwe blog.
Dossier
Wat is de betekenis van het Olympisch Plan voor gemeenten en sportverenigingen?
>> Lees het hier