Al enkele weken duiken er in de pers en in de politiek vragen op over mogelijke BTW problematiek bij sportverenigingen. De aanleiding voor deze commotie ligt bij het onderzoek dat de fiscus bij de toenmalige hoofdklasse voetbalverenigingen heeft uitgevoerd. De vragen richten zich vooral op de BTW en verwonderlijk genoeg niet op ook onderzochte aspecten zoals Loon- en inkomstenbelasting.
In dit weblog zetten we de focus ook op de BTW en zetten we de belangrijkste regels rondom de BTW op een rij. Speciale aandacht daarbij krijgen de mogelijke vrijstellingen die voor sportverenigingen kunnen gelden.
Belangrijkste BTW aspecten voor sportverenigingen
- De activiteiten die door de vereniging aan de eigen leden beschikbaar worden gesteld zijn vrijgesteld van BTW als er geen winst wordt beoogd en er geen sprake is van ernstige concurrentieverhoudingen ten opzichte van ondernemers die wel winst beogen.
- Sportverenigingen zijn net als alle andere personen en organisaties in dit land BTW plichtig.
- Er is geen verschil in de BTW plicht tussen de verschillende sportverenigingen. Mogelijke verschillen in de afdracht zijn gebaseerd op de activiteiten, voorzieningen en eigen omstandigheden.
- Voor sportverenigingen is er een mogelijkheid gebruik te maken van de volgende drie vrijstellingen:
- Kantineomzet
Alleen als de omzet van de kantine per kalenderjaar niet meer dan 68.067 euro bedraagt kan hier gebruik van worden gemaakt. - Fondsenwervende nevenactiviteiten
Binnen deze vrijstellingsmogelijkheid gaat het vooral om sponsoring en inkomsten uit entreekaartjes. Ook sportieve activiteiten die voor derden zijn bedoeld kunnen onder deze vrijstelling vallen. De maximale vrijstellingsgrens betreft 31.765 euro. - Levering van goederen
Denk hierbij aan de levering van sportkleding, gadgets, et cetera. De maximale vrijstellingsgrens hiervoor is 68.067 euro.
Belangrijk:
Verenigingen kunnen van deze vrijstellingen gebruik maken. In sommige omstandigheden kan het aantrekkelijk zijn om toch te kiezen voor BTW belast handelen. Dat gaat soms op als sprake is van bijvoorbeeld nieuwbouw. Hetzelfde geldt voor omstandigheden waar voor de investeringen en exploitatie van sportaccommodaties en/of andere opstallen en voorzieningen een aparte rechtspersoon (veelal een stichting) is opgericht.
- Watersportverenigingen met een eigen haven en een betaalde havenmeester kunnen veelal geen gebruik maken van een deel van deze vrijstellingen.
- Sportverenigingen zijn zelf verantwoordelijk om contact op te nemen met de Belastingdienst als bepaalde vrijstellingsgrenzen worden overschreden.
- Als er sprake is van BTW heffing voor de kantineomzet kan de vereniging, in overleg met de Belastingdienst, kiezen voor een uitgebreide BTW administratie of een vereenvoudigde waarbij voor de heffing uitgegaan wordt van een gemiddeld BTW tarief.
Als u naast deze (belangrijkste) aspecten vragen over dit onderwerp heeft kunt u deze aan ons voorleggen. Sportservice Zuid-Holland kan sportverenigingen ondersteunen door middel van themabijeenkomsten over dit onderwerp.
Tweet uw reactie op deze weblog